0 items

Door Jack Vreeke 

Pigment is kleurstof die sinds mensenheugenis wordt gewonnen uit natuurlijke producten als planten en erts. Tegenwoordig zijn de schilderpigmenten synthetisch en doorgaans niet meer giftig zoals veel van de oude kleurstoffen. Door pigment te mengen met een bindmiddel als water, lijnolie of eidooier krijg je een min of meer vloeibare of pasteuze verf

Tempera (temperare = mengen) is een dekkende verfsoort van pigment gemengd met eidooier als bindmiddel. Deze verf is watervast en in de Romeinse tijd schilderden Egyptenaren er al mummieportretten mee. Ikonen worden nog steeds met tempera geschilderd. In de moderne schilderkunst wordt het niet veel meer gebruikt.

Fresco’s zijn muur- en plafondschilderingen, die al sinds de klassieke oudheid gemaakt worden door te schilderen in natte kalk. Bij droging ontstaat een soort glazuurlaag over de verf heen.

Olieverf bestaat uit pigment vermengd met olie; meestal lijnolie die nat een heel typerende geur heeft. Het ontstaan van olieverf was een grote verbetering van de mogelijkheden met verf. Jan van Eyk werd er in de 15e eeuw al heel beroemd mee. Hoogtepunt in zijn werk is het Lam Gods te gent. Met olieverf kan glacerend (transparant in lagen), dekkend en zelfs heel pasteus gewerkt worden. Bram Bogart mengde grote hoeveelheden zand en marmerpoeder door de verf en hij maakte schilderijen, die wel 10 centimeter dik kunnen zijn. Er zijn nu eenmaal verfplassers en verfpoepers! Het kan lang duren voor olieverf droog is en als er teveel lijnolie in de verf zit zakt de verf naar beneden. Dick Ket had daar nogal eens last van. Olieverf wordt niet alleen aangebracht met penselen of kwasten, maar ook met spalters en palet- en plamuurmessen om meer dikte en structuur te krijgen.

Hoe zie je of er olieverf is gebruikt? Doorgaans is de drager een schildersdoek of houten paneel, de verf heeft een licht glans van zichzelf en je kunt de structuur van de kwast of het paletmes zien en voelen. Klassieke doeken zijn vrijwel altijd gemaakt in olieverf.

Acrylverf wordt sinds de Pop Art veel gebruikt. Hij kan verdund worden met water en droogt dan zo snel als het water verdampt. Om een langere droogtijd (‘open tijd’) te krijgen kan er een speciaal synthetisch acrylmedium worden gebruikt. Grote kleurvlakken kunnen er dekkend mee ingevuld worden. Acryl kan – in tegenstelling tot olieverf-  goed op zwaar papier worden gebruikt. Acryl is van zichzelf iets matter dan olieverf en heeft een gladder oppervlak. Maar door alle speciale toevoegingen die verkrijgbaar zijn kun je de glans en de structuur beïnvloeden. Acryl is echt scheikunde!

Gouache kennen we allemaal van school waar we het plakkaatverf noemden. Uit grote plastic flessen kregen we de primaire kleuren plus wit en zwart op een oud schoteltje en schilderen maar! De gouache die in de schilderkunst wordt gebruikt is veel fijner van pigment waardoor er heel gedetailleerd mee kan worden gewerkt. Het is waterverf; ook eenmaal opgedroogd geeft een spettertje water een vlek op een werk.

Aquarel is een transparante waterverf die wordt meestal gebruikt op zacht, goed zuigend papier dat je vaak herkend aan een wat grove structuur. Het papier wordt met papieren plakband nat opgespannen op een harde ondergrond om mooi strak te blijven als er met waterverf op gewerkt wordt. Aquarelverf is er in tubes of in ‘napjes’ die een beetje lijken op de metalen doosjes met rondjes verf die er voor kinderen zijn. Met napjes gebruik je meestal iets meer water, waardoor de verf transparanter is dan bij het gebruik van tubes.

Zachte, liefst marterharen penselen hebben de voorkeur. Veel aquarellen worden buiten gemaakt, omdat het materiaal gemakkelijk mee te nemen is en er snel mee gewerkt kan worden.

Graffiti zijn (buiten)muurschilderingen, die soms anoniem en illegaal met spuitbussen op muren en treinen worden aangebracht. Van oorsprong was van graffiti juist heel herkenbaar door wie het ‘piece was gezet’ en was het een statement van de kunstenaar.

Een enorme verzameling van dit werk is te vinden in de Berenkuil te Eindhoven.