0 items

Ontzamelen in Nederland

Decennialang hebben onze musea met hart en ziel aan hun taak -verzamelen- gewerkt. Inmiddels is de focus verschoven van zoveel mogelijk verzamelen, naar het opbouwen van een gezonde collectie die een verhaal vertelt. Dan moet je als museum steeds kritischer zijn op je collectiebeleid. Sluit de huidige collectie goed aan bij ons thema? Hebben we niet te veel objecten in drie- vier- of nog-veel-meervoud?  Vervolgens is het nodig elk object uit de collectie tegen het licht te houden; moet het wel of niet blijven? Daarvoor hebben we in Nederland een stuk gereedschap dat Op de museale weegschaal heet. Musea kunnen stapsgewijs objecten beoordelen –’waarderen’ noemen we dat- op onder andere historische betekenis, betekenis voor het verhaal of conditie. Dat klinkt als iets dat je even doet, maar niets is minder waar. In Nederland is het niet eenvoudig  om een object dat in het verleden is geregistreerd als museaal object, af te stoten.

Eenmaal in een museale collectie opgenomen heeft een object een beschermde status. Dat is goed natuurlijk; zo kan niemand de Nachtwacht verkopen omdat we er op uitgekeken zijn of omdat er geld moet komen om het lekkende dak te repareren. Om dat in goede banen te leiden hebben we een tweede tool: de LAMO: Leidraad Afstoten Museale Objecten. Als een museum heeft besloten een object af te stoten, moet dat -goed onderbouwd- eerst gedurende twee maanden worden aangeboden op een digitale marktplaats waar alleen Nederlandse musea op worden toegelaten. Als het object niet wordt aangemerkt als ‘van belang voor de Nederlandse collectie’, of door een ander museum wordt opgenomen mag het worden ‘vervreemd’ uit de museale omgeving. Het object is dan inmiddels uitgebreid onderzocht, beschreven, gefotografeerd en gepubliceerd. Er is een heel traject doorlopen voordat het object bij Onterfd Goed komt.

Het moge duidelijk zijn dat ontzamelen geen eenvoudige opgave is. Het is een intensief traject dat veel kennis en tijd vraagt, waardoor het in een tijd van aanhoudende zware bezuinigingen vaak niet de prioriteit krijgt die het zou moeten hebben.